Hoofdstuk 43
==
Lou lag die avond al in bed toen Phil eindelijk thuiskwam. Zijn curry was gecremeerd en de rijst zo uitgedroogd dat de korrels keihard waren geworden. Niet dat hij honger had. Hij rook naar het eten met veel knoflook dat hij al achter de kiezen had en naar Sues rokerige parfum.
Het werd steeds moeilijker om het alleen bij zoenen te laten. Hij moest haar van zich af houden door te blijven zeggen: ‘Ik ben getrouwd en het lijkt me geen goed idee om onze relatie nog intiemer te maken bla, bla, bla.’ Gelukkig leek dat tot nu toe te werken.
Hij had grondig de pest in dat Lou niet als een hondje op de trap op hem had zitten wachten, gek van bezorgdheid. Hij keek op zijn mobiel. Er was een gemiste oproep van haar van twee uur geleden, maar ze had geen bericht ingesproken.
Hij ging niet onder de douche en kroop gewoon in bed, in de hoop dat Lou haar rivale de volgende ochtend zou ruiken.
==
Lou werd de volgende ochtend vroeg wakker. Phil lag luid te snurken en hij stonk naar tweedehands knoflook, die beslist niet afkomstig was van de curry die zij voor hem had gemaakt. Ze vroeg zich af of Phil soms expres zoveel knoflook had gegeten, zodat zij zou gaan piekeren over waar hij de vorige avond was geweest, en met wie. Hij deed dit keer wel heel erg zijn best om haar jaloers te maken. Maar verdere overpeinzingen over het mysterieuze gedrag van haar man werden verdreven door een catalogus met een heel scala van geurige koffiesoorten die door de post was bezorgd.
Ze was net gaan zitten om erin te bladeren toen de telefoon ging.
‘Hoi, Lou,’ zei Michelle. Ze klonk boos en verontwaardigd.
‘Wat ben jij vroeg op,’ zei Lou.
‘Logisch, want ik ben vroeg naar bed gegaan,’ mopperde Michelle.
‘Was het niet je grote avond uit met Ali?’ Lou sprak de naam met geamuseerde nadruk uit. Uit Michelles toon maakte ze op dat Ali nu al van haar voetstuk was gevallen.
‘Práát me niet van Ali,’ snoof Michelle.
‘Oké, dan niet.’
‘Wat een bitch,’ zei Michelle. ‘Zodra we in de stad waren, heeft ze bijna geen woord meer tegen me gezegd. Ze had het te druk met iedereen die ze tegenkwam. “Ooo kijk, daar heb je Gary,” “Ooo kijk, daar heb je Conrad,” “Ooo kijk, daar heb je die-en-die lelijke, saaie sukkel die ik leuk vind.”’ Op bittere toon deed Michelle haar tijdelijke beste vriendin na. Of beter, éx-vriendin.
‘O hemel,’ zei Lou, die aan potten en deksels moest denken.
‘Ik had er om negen uur al schoon genoeg van. Ik had er net zo goed niet kunnen zijn. Ze heeft zo ongeveer twee keer iets tegen me gezegd, en zij dronk pints terwijl ik halfjes deed, de stomme trut. Ik wilde naar huis, maar zij wilde nog clubben. Om halfelf was ze zo dronken dat ik haar half moest dragen naar de taxistandplaats, en je weet hoe lang de rijen dan zijn, met alle mensen die na een bingoavond weer naar huis gaan. Het was ijskoud, mijn voeten deden pijn en zij huilde om weet ik veel wat. Ik heb haar in een taxi gezet, en toen zei de chauffeur: “O nee, dame, je zadelt mij niet met haar op.” Dus moest ik met haar mee naar huis en ik moest ook nog voor de taxi betalen, want zij was al half onder zeil. Ik heb haar in bed gestopt met een stapel kussens, en toen heb ik een uur staan wachten voordat ik eindelijk weer een taxi had. Ik was zo kwaad dat ik niet kon slapen. Dat was eens maar nooit weer.’
Lou beet op haar lip. Ze probeerde medeleven te tonen, maar zoals gewoonlijk luisterde Michelle niet echt naar haar en gebruikte ze haar alleen als klankbord.
‘Ik moet hangen, Lou, er is iemand aan de deur,’ zei ze midden in een zin, en ze legde neer. Uiteraard had ze niet gevraagd hoe het met Lou was.
==
Phil kwam wrijvend in zijn ogen beneden. Lou verstijfde.
‘Bedankt dat je gisteravond uitgedroogde curry voor me had laten staan,’ zei hij.
‘Ik kan het wel opwarmen voor je ontbijt, als je wilt,’ kaatste ze terug.
‘Nee, dat hoeft niet, dank je. Ik heb gisteravond een hapje gegeten in een restaurant.’ Hij wachtte op haar reactie. Ze knipperde alleen met haar ogen, maar zijn radar pikte het toch op. ‘O, en bedankt dat je me wakker hebt gemaakt,’ voegde hij eraan toe om haar nog meer te ergeren.
‘Je had toch gezegd dat je vandaag pas rond lunchtijd naar de zaak zou gaan?’ Haar stem had een klank die hem niet beviel.
‘O ja?’ zei Phil, die drommels goed wist dat ze gelijk had. ‘En als ik me nou had bedacht?’
‘Dan had je de wekker moeten zetten.’
‘Hmpf.’
‘Gebakken eieren met bacon?’ vroeg Lou.
‘Ja, graag, schat,’ zei Phil, nu opeens weer poeslief. Zo hoopte hij dat ze het gevoel bleef houden dat ze op drijfzand stond.
Terwijl Lou de eieren en de bacon bakte, liet ze haar gedachten van hun huis en Phil afdwalen naar een fantasiehuis, waar ze ontbijt maakte voor een naamloze figuur met rommelig zwart haar die haar waardeerde en krankzinnig veel van haar hield. Als een robot zette ze Phils ontbijt voor hem neer. Ze ging zo helemaal op in haar fantasie dat ze niet eens hoorde dat hij een complimentje maakte over het volmaakte ei.
Toen Phil de laatste hap toast in zijn mond had gestoken, wees hij naar buiten. ‘Zeg, is dat niet die geschifte vriendin van jou? Zo te zien heeft ze een blauw oog.
Hoewel Phil mannen die hun vrouw mishandelden verafschuwde, kon hij de persoon die haar had toegetakeld tot op zekere hoogte begrijpen. Als hij langer dan vijf minuten in haar gezelschap zou moeten verkeren, zou hij haar waarschijnlijk ook een dreun verkopen. En wat zag ze eruit! Een vrouw van boven de vijfendertig zou geen minirok met cowboylaarzen moeten dragen, zeker niet met benen die net witte breinaalden leken. Ze was knettergek! Het stomme mens was een keer verliefd geworden op een ter dood veroordeelde seriemoordenaar, en ze zou al haar spaargeld aan zijn zus hebben gegeven als Lou er geen stokje voor had gestoken. En dan die keer dat ze zichzelf volkomen belachelijk had gemaakt door de Barnsley Chronicle foto’s te sturen van een varkenspastei waarin ze het beeld van Roy Orbison had gezien. Dat was niet het gedrag van iemand die ze allemaal op een rijtje had.
‘Wat zei je?’ Lou kwam uit de keuken om zelf te kijken.
De bel ging.
Phil pakte snel zijn jasje, want hij voelde dat er een heftige vrouwensessie met tranen en tissues ophanden was, doorspekt met kreten als ‘alle mannen zijn klootzakken’. Hij vluchtte via de achterdeur naar zijn auto. Op dat moment leek zijn showroom nog aantrekkelijker dan anders.
Lou deed open. Op de stoep stond een snikkende Michelle die eruitzag alsof ze tien rondes met Mike Tyson achter de rug had.
‘Jeetje, wat is er gebeurd?’ Lou voerde Michelle met zachte hand mee, weg uit de zomerse regenbui naar de droge warmte van haar keuken.
‘Craig...’ hakkelde ze snotterend.
‘Heeft Craig dit gedaan?’ Lou was geschokt, maar niet echt verbaasd. De man die ze op straat had gezien, zag eruit als een hooligan.
‘Neeee, Craigs...’ meer snot, meer tranen ‘... vrouw!’
Dat verbaasde Lou nog minder.
‘Weet je nog dat ik vanochtend toen we aan de telefoon waren zei dat er werd gebeld?’
‘Ja, dat weet ik nog.’ Lou stuurde Michelles hand naar een doos tissues.
‘Nou, ik deed open en er stond een vrouw op de stoep – een lelijk, dik, vreselijk wijf met een keiharde kop.’
Uiteraard, dacht Lou. Michelle zou nooit toegeven dat Craigs vrouw op Claudia Schiffer leek.
‘Nou, en toen zei ze: “Ben jij Michelle?” en ik zei ja. Zij weer: “Volgens mij doe jij het met mijn man.” Ik vroeg of ze Craig bedoelde, en toen zei ze ja en sloeg ze me keihard in mijn gezicht. “Blijf met je poten van mijn man af, takkenwijf, de volgende keer vermoord ik je,” krijste ze. Toen stapte ze weer in haar auto en ze reed weg. Er zaten kinderen op de achterbank, Lou. Twee kleine kinderen in autostoeltjes. Hij heeft me nooit verteld dat hij kinderen had!’
‘Het moet toch weleens bij je zijn opgekomen dat er iets niet klopte,’ zei Lou.
‘Natuurlijk niet! Ik vertrouwde hem!’ riep Michelle, die vond dat ze niet genoeg medeleven kreeg.
‘Om te beginnen had je geen telefoonnummer van hem, en hij woonde nog thuis bij zijn vrouw, ja toch? Vond je dat niet een beetje vreemd?’
Opnieuw barstte Michelle in een waterval van tranen uit. ‘Hoe heeft hij me dit áán kunnen doen?’
‘Hoe heeft hij het háár aan kunnen doen?’ zei Lou.
‘Dat mens kan me geen hol schelen!’ siste Michelle. ‘Ik ga naar het politiebureau om aangifte te doen.’
‘Vind je niet dat ze al genoeg ellende heeft?’ bitste Lou. ‘Met twee kleine kinderen en een man die vreemdgaat is het geen wonder dat ze kwaad is. Hij geeft jou er ongetwijfeld de schuld van – jij hebt hem verleid – en de bedrogen vrouw legt bijna altijd de schuld bij de andere vrouw in plaats van bij haar eigen man.’
‘Aan wiens kant sta jij, Lou?’ vroeg Michelle.
Lou keek haar doordringend aan. ‘Om je eerlijk de waarheid te zeggen, niet aan die van Craig.’ Ze was niet in de stemming voor haar gebruikelijke sussende woorden. Bovendien hadden al die thee en al dat medeleven nooit iets uitgehaald. Lou had haar altijd alleen maar tijdelijk kunnen kalmeren. Inmiddels wist ze dat Michelle telkens weer dezelfde fouten maakte. Met een echte vriendin zou ze niet op eieren hoeven te lopen.
‘Je kunt toch niet háár kant kiezen! Moet je zien wat ze met mijn gezicht heeft gedaan!’ gilde Michelle tussen het snikken door.
‘Ze had je niet moeten slaan, dat is waar, maar ik kan het wel begrijpen,’ zei Lou.
Misschien had een vriendin van Susan Peach wel hetzelfde tegen haar gezegd, nadat Lou haar in Boots tegen de grond had geslagen. Misschien had ze er daarom nooit meer iets van gehoord. Die mogelijkheid kwam nu pas bij haar op.
‘Hoe kun je dat nou zeggen?’
‘Ze verdient het niet om problemen met de politie te krijgen.’
‘Waarom niet? Omdat jouw man een verhouding heeft gehad en jij die andere vrouw een dreun hebt verkocht?’ snauwde Michelle.
‘Dit gaat niet over mij, Michelle,’ onderbrak Lou haar. ‘Ik probeer je te helpen. Zet een streep onder die Craig en maak iets beters van je leven. Trek hier lering uit.’
‘Maar ik hou van hem!’ Meer gesnik.
‘Hoe kun je van iemand houden die mensen zo slecht behandelt? Hij heeft zijn vrouw, zijn kinderen en jou verdriet gedaan omdat hij alleen maar aan zichzelf kan denken. Hij is een egoïst. Wees maar blij dat je van hem bent verlost.’
Michelle haalde haar mobieltje uit haar zak. ‘Nee. Ik bel nú de politie.’
Lou kreeg een beeld voor ogen van een gekwelde vrouw die als een wild dier vocht om haar man vast te houden. Ze griste de telefoon uit Michelles hand, klapte hem dicht en legde hem op tafel. ‘O nee, niet vanuit mijn huis!’
Lous woorden bleven in de lucht hangen.
Een seconde of twee was Michelle verlamd van schrik. Toen stond ze op. Ze graaide haar telefoon van tafel en stak hem in haar zak.
‘Van jou hoef ik dus geen steun te verwachten,’ zei ze luid snuivend. ‘Noem jij jezelf een vriendin? Nou, Lou Winter, je kunt de pestpokken krijgen. Jouw man heeft een ander gehad, maar dat maakt jou nog niet de patroonheilige van de getrouwde vrouwen. En dat je hem terug hebt genomen, had vast helemaal niets te maken met zijn geld en je grote huis. Stik maar in je vriendschap, als je het tenminste zo kunt noemen.’ Michelle had haar zegje gedaan. Ze marcheerde naar de keukendeur en sloeg die met een klap achter zich dicht.
Lou liet de afscheidsspeech nog een keer de revue passeren – een merkwaardig objectieve benadering voor iemand die zo emotioneel was als zij. Toen ze alles had verwerkt, kwam ze tot de conclusie dat dit niet de woorden waren van iemand die van de harde waarheid was geschrokken. Nee, er was een tipje opgelicht van een sluier waar verbazingwekkend diepe wrok en jaloezie onder schuil gingen. Zulke negatieve gevoelens hoorden niet thuis in een vriendschap. In gedachten ging ze terug naar het begin van hun vriendschap, de wittebroodsweken, toen ze samen hadden gelachen en gepraat en er een band was ontstaan. Wat was het daarna snel bergafwaarts gegaan. Lou dacht terug aan Michelles zelfmedelijden, de neergesmeten telefoons, de vooroordelen, de verwijten en de lange, dodelijk saaie gesprekken waarin ze de rol van de tragische, onbegrepen heldin had gespeeld. Al die tijd had Lou gewacht totdat de ‘echte’ Michelle van de eerste paar weken terug zou komen – maar de ‘echte’ Michelle was de vrouw die daarnet met slaande deuren haar huis had verlaten. De eerste Michelle was de illusie geweest, en voor haar was Lou niet meer dan een van de vele tijdelijke vriendinnen, zij het een met meer geduld dan de rest.
Lou stond met haar ogen dicht tegen de radiator geleund, tevreden met haar analyse. Wat zij met Michelle had gehad was geen echte vriendschap geweest. Het leek niet op haar relatie met Deb. Maar dat deed er nu niet meer toe. De deur was achter Michelle in het slot gevallen. Lous opluchting was haast tastbaar.